psychic healingreacties van cliëntenover martinjournalistiek werkfotoserieshome










Adieu Waterlooplein





Een interview met Linda Johnson door Martin H. van der Velde.
Dit artikel werd gepubliceerd in het tijdschrift Koörddanser.





Linda is momenteel een succesvol onderneemster. In dit artikel vertelt ze hoe ze de innerlijke barrières overwon die haar aanvankelijk deden geloven dat zij een mislukkeling was. Na een hectische periode als marktkraamster op het Waterlooplein runt ze nu samen met haar vriend Wouter in Amsterdam twee goedlopende cadeauwinkeltjes.  

Tegenwoordig doet men er alles aan om je als werkloze weer in het arbeidsproces terug te krijgen. Dat was zo’n 15 jaar geleden wel anders. Linda Johnson kreeg in die tijd het volgende voor haar kiezen:
“U bent boven de 35. U spreekt Nederlands met een accent. Daarom zijn uw kansen op werk nihil. Neem nu maar genoegen met een uitkering, want meer zit er voor u niet meer in”

Na deze typering aanvankelijk voor waar te hebben ingeslikt, brak er voor Linda Johnson een extreem moeilijke tijd aan. Je oud en afgedankt voelen en menen dat er geen alternatieven meer zijn, kan een mens knetter maken. Linda werd dat in eerste instantie ook. Zo meende ze stemmen in haar hoofd te horen en occulte verschijningen in haar huis waar te nemen. Voorwerpen in haar omgeving kwamen zonder aanraking in beweging. Ze werd er totaal wanhopig van. Haar dochter Manna, die positieve verhalen had gehoord over het werk van een in de buurt wonende paranormale genezer, bracht haar daar naartoe. Dat consult werd voor Linda een keerpunt. Deze genezer maakte haar duidelijk dat al deze poltergeisteffecten onbewust door haarzelf veroorzaakt werden. Hij constateerde dat ze totaal niet meer in haar (aanzienlijke) psychische kracht geloofde, waardoor deze een uitweg zocht en vond in de manifestatie van griezelige verschijnselen. Hij kon haar duidelijk maken dat er geen duistere krachten aan het werk waren, maar dat het haar eigen ontkende kracht was die onbewust vorm gaf aan haar paranoia. Hij hield haar voor dat als ze onbewust de kracht had om zulke sterke tegenwerkende verschijnselen te manifesteren, ze met een bewust en positief gebruik van diezelfde psychische kracht een bijzonder aangename realiteit voor zichzelf zou kunnen scheppen. Dat kon ze accepteren. Na deze bewustwording verdwenen de poltergeisteffecten als sneeuw voor de zon. Dat was het bewijs dat zij daar zelf onbewust de architect van was geweest. Aanvankelijk weifelend, begon ze toch weer enigszins in zichzelf te geloven en probeerde ze voorzichtig te bouwen aan een nieuw leven. Uiteindelijk met veel succes!

Hoe ben je weer aan de slag gegaan?
Linda: Toen ik voor het eerst bij die paranormale genezer kwam, had de hele maatschappij mij doen geloven dat ik kansloos was. Ik zag mijzelf als een zwak mens en een tweederangs burger. Wat je gelooft over jezelf, dat word je. Na een paar sessies bij die praktisch ingestelde genezer groeide bij mij het besef dat als ik weer mee wilde draaien, ik zelf iets moest ondernemen. Maar wat te doen? Ik ben spulletjes gaan verkopen in de Eland, op de Elandsgracht te Amsterdam. Je kon daar voor een klein bedrag een tafel huren om koopwaar aan de man te brengen. Ik was aanvankelijk bang voor iedere koper die aan mijn tafel kwam. Ik had het idee dat ze me allemaal erg raar vonden. Ik projecteerde mijn negatief zelfbeeld in mijn klanten die wellicht niets slechts over mij dachten. Door me dit goed te realiseren, kon ik deze angsten van me afzetten. Het ging goed in de Eland. Mijn handel bestond voornamelijk uit zelfgemaakte sieraden. Sieraden maken, was een onderdeel van de modeopleiding die ik meer dan twintig jaar geleden op de Londense kunstacademie volgde. Ik had nooit gedacht dat dat onderdeel me nog eens zou helpen om zelfstandig in mijn levensonderhoud te voorzien.

Hoe financierde je de inkoop?
Linda: Ik ben gestart met slechts 200 gulden. Daar heb ik kralen en draad voor gekocht waaruit ik oorbellen en armbanden vervaardigde. Zowel in De Eland als in De Melkweg deed ik er goede zaken mee. Van het verdiende geld kocht ik weer nieuw materiaal, waarmee ik nog meer sieraden maakte en mijn aanvankelijk kleine voorraad steeds meer uitbreidde. Ik kreeg de smaak te pakken en liet me in Den Haag bij de bond voor markthandelaren inschrijven. Ik ging de Amsterdamse markten op. Daar kreeg ik geen tafel, maar een grote kraam toegewezen. Het was hard werken om die helemaal met zelfgemaakt materiaal vol te krijgen, maar dat is me gelukt. Zo zie je maar dat je, om iets te starten, niet noodzakelijk een groot kapitaal nodig hebt.

Wanneer schakelde je over op Indiase snuisterijen?
Linda: De eerste zomer op de markt was emotioneel en commercieel heel geslaagd. Met het verdiende geld ontvluchtte ik de Hollandse winter om in India inkopen te doen. Dat ben ik tot voor kort blijven doen. Jaren geleden woonde ik geruime tijd in Bombay. In die stad moet je nu niet meer zijn. Het is er erg druk, heel vies en peperduur geworden. Dat is in de rest van India gelukkig anders. Momenteel heb ik overal in India leveranciers met wie ik zakelijke afspraken heb, maar daar moest ik die eerste keer nog naar op zoek. Het leek wel alsof ik daarbij telkens weer door een onzichtbare hand naar de juiste zilversmeden, schrijnwerkers, beeldengieters en lampenmakers geleid werd. Bij het inkopen ga ik heel principieel te werk. Ik koop alleen leuke nieuwe dingen. Om verschillende redenen koop ik beslist geen antiek. In de zestiger en zeventiger jaren heb ik het van nabij meegemaakt dat handelaren in India de dorpen afstroopten op zoek naar antieke sieraden, wandkleden, beeldjes en houtsnijwerk. De mensen in die dorpen waren erg arm en zaten diep in de schulden. De handelaren aasden op erfstukken uit hun familie. Die mensen moesten noodgedwongen hun weinige kostbaarheden voor een krats verkopen. Ik vond dat toen en vind dat nog steeds weerzinwekkend! Het kwalijke principe van te weinig geven en veel te veel nemen. Die mensen werd iets heel moois afgenomen en wat kregen ze er voor terug? Een beetje geld dat nog niet eens de helft van hun schulden afloste. Ze zijn daar helemaal niet mee geholpen en na beroofd te zijn van hun familiestukken, zijn ze nog armer. Zoals gezegd, koop ik uitsluitend nieuwe leuke kunstnijverheid in van ambachtslieden die ik persoonlijk ken. Ik verschaf hen werk, een goed inkomen en daarmee eigenwaarde. Ik wil niet de laagste prijs bedingen, maar één die voor alle betrokkenen lucratief is. Lucratief voor de makers, voor mij en voor de mensen die weer van mij kopen. Dat creëert goed karma! Ik ben altijd op mijn hoede als ik in India iets heel goedkoop aangeboden krijg. Als producten maar twee ruppies meer kosten dan de grondstof, dan kun je er bijna zeker van zijn dat die uit zwaar onderbetaalde kinderarbeid voortkomen. Wie zijn eigenwaarde wil behouden, moet zo'n product niet kopen!

Is het waar dat je huidige partner aanvankelijk een concurrent van je was?
Linda: Zo zou ik hem niet willen noemen. Ik kende Wouter als een aardige collega van de markt, waar hij net als ik een kraam met Indiasche spulletjes exploiteerde. We kwamen elkaar onverwacht tegen in India, waar we in hetzelfde hotel bleken te logeren. We gingen sindsdien als goede vrienden en collega inkopers met elkaar om. We werden zakelijke partners en langzaam begon er zich iets moois tussen ons te ontwikkelen. Dat ik voorzichtig weer liefde, intimiteit en vertrouwen kon toestaan in mijn leven, betekende dat ik mijn angstige oud-zijn zelfbeeld had afgeworpen. Er kon weer een heel nieuw hoofdstuk beginnen.

Waarom verruilde je je marktkraam voor een winkeltje?
Linda: Het leven en werken op het Waterlooplein heeft zijn leuke, maar ook zijn schaduwkanten. Omdat ik aanvankelijk geen vaste kraam had, moest ik met andere nieuwkomers meedoen aan een verloting van de nog vrije standplaatsen. Die twijfelachtige loting leidde soms tot vechtpartijen. Er lootten ook mensen mee die zelf niet meer op de markt stonden maar wel een marktvergunning hadden om tegen grof geld hun plek te verkopen aan mensen zonder vergunning. Het is inmiddels geen geheim meer dat sommige marktmeesters de beste plaatsen toewezen aan handelaren die daarvoor steekpenningen betaalden.

Er waren “collega’s” die me mijn goede omzet op de markt misgunden en die me probeerden weg te pesten. Dat werd heel heavy! Ik had een grote zware kar waarin ik mijn handel van het pakhuis naar de kraam vervoerde. Op een dag bleken daarvan de wielen te zijn losgeschroefd. Het is gelukkig nog goed gegaan maar sindsdien stond ik niet meer ontspannen op de markt. Zeker niet toen deze “collega’s” na de markt net deden of ze me met hun auto wilden overrijden. Pure intimidatie die helaas werkte. Ik was panisch van angst. Mijn vriend en ik wilden weg van de markt en gingen op zoek naar een winkeltje. We vonden een schattig voormalig kousenwinkeltje, waar weliswaar veel aan opgeknapt moest worden, maar dat ons zowel als winkel en als opslagruimte   zou kunnen dienen. Ook als we het allemaal zelf zouden opknappen en inrichten, zou het ons een hoop geld kosten, wat er op dat moment niet was. We besloten om alles wat we bezaten te verkopen en met dat geld onze zaak op te starten. Het enige wat ik gehouden heb, is een matras met beddengoed, twee stoelen, een tafel en wat keukengerei. Nu, dat was geen opoffering, maar een opluchting. Het is heerlijk om van al die oude spullen, die het verleden symboliseerden, af te zijn en de opbrengst daarvan in de toekomst te investeren. Het zware was van me afgevallen. Ik voelde me kilo's lichter.

Zijn jullie daarna met een groothandel begonnen?
Linda: De groothandel is geleidelijk gegroeid. Als één van ons voor de inkoop naar India ging dan waren er altijd wel mensen die we kenden van de markt, die ons vroegen om ook spulletjes voor hen in te kopen. Dat breide zich steeds meer uit en we besloten met een andere groothandelaar samen te gaan werken, omdat we meenden dat we het met z'n tweeën niet zouden kunnen. Dat zou een harde les worden.

Hoezo?
Linda: De betreffende "compagnon" bleek er in werkelijkheid alleen maar op uit te zijn om onze handelscontacten in India en Nederland over te nemen. Verder ging hij de goede relatie die wij hadden opgebouwd met individuele zilversmeden en textielateliers frustreren door op onze naam enorme orders te plaatsen die we onmogelijk konden afnemen. In plaats dat we steun van deze man kregen, probeerde hij onze handel volledig af te breken. Wouter en ik leken in een nachtmerrie te zijn terechtgekomen. Toen we voor ons gevoel tot op de bodem van alle vertwijfeling en ontgoocheling waren beland, besloten we op een eerlijke maar krachtige manier terug te vechten. Om te overleven moesten we wel voor ons zelf gaan staan. In Nederland gingen we tegen deze man met succes procederen. In India zijn we alle gedupeerden op gaan zoeken om hen de situatie uit te leggen. De ellende was dat velen zich diep in de schulden hadden gestoken om "onze" grote orders te kunnen uitvoeren. Als we niets zouden doen, zou dat voor die mensen catastrofaal zijn. Omdat de orders bij elkaar meer dan vijftigduizend euro bedroegen, wat we niet bezaten, besloten we in gedeelten spullen af te nemen en we hebben daarmee onze groothandel uitgebreid. Zelf verdienden we er niet veel aan, maar onze leveranciers hebben we uit de problemen kunnen halen en de goede relaties met hen kunnen behouden. Na deze affaire zullen we het niet meer in ons hoofd halen om te twijfelen aan ons eigen kunnen. Samen staan Wouter en ik nu sterker als daarvoor.

De groothandel speelde zich vaak ’s avonds na winkeltijd af en er kwamen winkeliers die je uren ophielden en met veel kapsones het hele magazijn op de kop zetten, om dan tegen middernacht met maar een paar spulletjes te vertrekken. Daar knapten we zo van af dat we er mee zijn gestopt. We hebben al onze energie in een tweede winkel gestoken, die we in de Jan Pieter Heijenstraat hebben geopend. Die draait nu boven verwachting.

Wel eens aparte toestanden beleeft in jullie winkels?
Linda: Aan vervelende, gierige zeikerds en winkeldieven hebben we geen gebrek, maar gelukkig worden die akelige types volledig gecompenseerd met de vele oprecht aardige mensen die we dagelijks voorbij zien komen. Bekende mensen krijgen we hier soms ook wel eens binnen. Eén keer kreeg ik het met een opgefokte, bekakte   BN-er dermate aan de stok dat ik hem op een nette manier de winkel moest uitzetten, maar dat   was toch echt een uitzondering. De meeste bekende types gedragen zich normaal en ik ook doe altijd alsof ik ze niet herken. Nee, de namen geef ik je echt niet. Ik heb vreselijk de pest heb aan brallerige types die indruk willen maken met het noemen van bekende namen. Meestal staan die brallers achter uit hun nek te kletsen en kennen ze de betreffende bekende mensen niet eens. Zo kwam er tijdens de opnames van “Ocean’s 12” iemand mij vertellen dat hij meewerkte aan die film en dat hij de volgende avond met de crew uit eten zou gaan. Ik peperde hem vriendelijk in dat dat toch echt niet kon, omdat op dat moment die crew al lang vertrokken was. Dat wist ik van iemand die in samenwerking met anderen, de Amsterdamse productie van die film organiseerde. Ja, de tijden blijven maar veranderen. De tijd van Indiase snuistrijen is voorbij. Er hing aanvankelijk een aura van mystiek rond Indiase hebbe-dingetjes, maar die is er af gegaan nu grote warenhuizen massaal goedkope Indiase producten op de markt brengen. Op die verandering spelen we in door ons hele assortiment aan te passen. Niets blijft hetzelfde. Het hele leven bestaat uit constante verandering en nieuwe invloeden. Het is zaak om daarin altijd weer mee te gaan. That’s life!





top



copyright Martin van der Velde 2007