psychic healingreacties van cliëntenover martinjournalistiek werkfotoserieshome










In de voetsporen van Gandhi




Dr.Rao

Volgens de hindoeleer is het leven een pelgrimage die door vele levens naar godsbewustzijn leidt. Iedereen kan dit bewustzijn verkrijgen door zich te trainen in zuiverheid en onbaatzuchtige dienst aan anderen. Dit is het verhaal van zo’n pelgrimage.

Dokter Rao, een 80-jarige hindoestaanse dorpsarts en ondernemer in Zuid-India, kan het werken niet laten en maakte zijn droom waar: hij stichtte een natuurgeneeskundig ziekenhuis en yogacentrum waar hij gratis hulp biedt aan iedereen die bij hem aanklopt. Zijn belangrijkste medicijn bestaat uit liefdevolle aandacht voor de patient.





Als ik naar het nieuwe Ayurvedische Hospitaal van Dokter Rao op zoek ga, wordt me op de hoek van de hoofdweg de weg gewezen door een groot bord dat op een houten limonadekraampje is bevestigd. Op aanwijzing van het bord ga ik een smal weggetje in en zie het gebouw vanuit de verte al liggen. Het is omgeven door palmbomen, grazende koeien, akkers en de uit gevlochten palmbladen en golfplaten opgetrokken woningen van landarbeiders. Naast een verzameling golfplaten huisjes heerst bij de wasplaats een bedrijvige drukte. Water wordt in rap tempo opgepompt, kleren en kinderen worden schoongeboend. Als het wasvolkje me langs ziet komen, gaan ze allemaal lachend naar me zwaaien om daarna hun werkzaamheden weer te hervatten. Wat een leuke begroeting! Dichtbij gekomen blijkt het hospitaal een groot en witgepleisterd gebouw te zijn van drie etages hoog. Iedere verdieping is omzoomd met balkons. Als ik binnenkom, is er buiten een groot beeld van de god Ganesha niemand te zien in de met vele planten en bloemen gedecoreerde hal. Ik loop door en kom in een prachtige binnentuin. Aan weerszijden van de tuin bevinden zich deuren waarop duidelijk de functie van de daarachter gelegen ruimte is aangegeven. Spreekkamer, apotheek, behandelkamer en nog meer behandelkamers. Als ik naar achteren doorloop, kom ik langs een keuken. De keukenjongen houdt mij staande met de in gebroken Engels gestelde vraag: ‘Ben jij die reporter die met de dokter wil spreken?’ Als ik dat beaam, vervolgt hij: ‘De dokter is naar een spoedgeval in het dorp. Het kan wel even duren. Hij heeft me opgedragen je wat te eten te geven. Heb je honger?"‘ Na een lange wandeling heb ik wel trek en even later wordt er mij aan een ronde tafel in een tuinachtige eetruimte een Indiaas maal voorgezet. Al etende kan ik de gang van zaken in het ziekenhuis observeren. Wat meteen opvalt, is dat iedereen zich overeenkomstig de sfeer van dit gebouw beweegt: uiterst rustig. Kalmpjes komt een westerse verpleegkundige met een in handdoeken gehulde patiënt uit een behandelruimte en samen bestijgen zij een trap. Een tijdje later komt de verpleegkundige alleen naar beneden, lacht vriendelijk tegen me en lijkt ook al te weten wie ik ben. In vloeiend Engels stelt hij: ‘Jij bent die journalist die de dokter gaat interviewen. Fijn dat Keshaf zo attent is geweest je wat te eten te geven’. Er nadert een oudere, geheel in het wit geklede westerling. De verpleegkundige stelt ons aan elkaar voor.’Dit is Jan. Hij komt ook uit Holland’.
Even later zit ik aan de kruidenthee in het sereen witte appartement van Jan dat op de derde etage ligt.’Ik heb dit gekocht om er mijn oude dag door te brengen’, vertelt hij.’Ik heb mijn moeder in een bejaardenhuis zien wegkwijnen en zo’n einde wil ik niet’. Ik wil weten hoeveel hij heeft betaald voor dit fraaie tweekamer appartement met keuken, badkamer en een groot balkon. ‘Dat heeft me twee jaar geleden twintigduizend gulden gekost. In vergelijking met de kwaliteit is dat een spotkoopje’. Ik vertel hem verbaasd te zijn dat er hier appartementen te koop zijn. ‘Daarmee hebben ze de hele tent hier bekostigd’, legt Jan mij uit. ‘Ja, dat heeft die Rao slim geregeld’.
Er wordt aan de deur geklopt. Het blijkt de keukenjongen te zijn die me met een brede glimlach meedeelt dat de dokter er weer is. Ik neem afscheid van Jan en volg de jongen naar de spreekkamer van dokter Rao.
Voorafgaande aan het interview wil dokter Rao precies weten wat mijn intenties zijn. Als ik hem mijn bedoelingen uitleg, pakt hij ongevraagd de door mij gemaakte vragenlijst uit mijn schoot en bestudeert die aandachtig. Hij haalt diep adem, verzinkt in zichzelf en enige seconden later laat hij mij met een liefdevolle glimlach weten dat hij heeft ‘gezien’ waar het in dit interview om gaat en begint zijn verhaal. In victoriaans Engels met een sterk Indiaas accent spreekt hij langzaam en kiest zijn woorden zorgvuldig zonder zich daarbij ook maar één keer in details of op zijpaden te verliezen. Met veel respect vertelt hij over de inspiratoren in zijn leven: zijn vader en Gandhi. Als ik hem aanhoor, wordt ik aangenaam meegenomen in de weldadige rust die deze bijzondere geneesheer uitstraalt.




Shiva

Mijn leven is voorbeschikt

‘Spiritualiteit behoort onverbrekelijk bij mijn leven. Tot mijn groot geluk ben ik sinds mijn geboorte zeer verbonden met spiritualiteit. Mijn moeder vertelde mij dat als ik me als kind onhebbelijk gedroeg of als ik iets probeerde te doen wat niet direct lukte, ze me een portret van Siva toonde waarop ik ogenblikkelijk tot rust kwam (Siva is een Indiase God, die wordt afgebeeld als een knappe jongeman. Voor Hindoes staat hij voor schepping en hoger bewustzijn. Hij is de Heer van de Yoga en de Yogi’s. Hij symboliseert ook het inzicht dat alle dingen eindig zijn en brengt de mensen in verzoening met hun onafwendbaar stervensuur.) Ook als mijn moeder me vibuti (heilige as) gaf, dan was ik zeer tevreden. Het is een geluk dat ik met die eigenschap gezegend ben. Het heeft volgens mij te maken met mijn vorige levens. Ik geloof dat we allemaal veel meedragen uit vorige incarnaties. Misschien dat ik daardoor voorbestemd was om in dit leven als arts mijn medemensen te dienen. Als kind voelde ik me al sterk tot dokters aangetrokken. Als een arts bij ons thuis of bij familie een patiënt bezocht dan leek het wel of mijn aandacht volledig in het handelen van die man opging.’



De invloed van mijn vader

‘Mijn vader, Nadakuduru Kameshwara Sarma, was een professor in de wiskunde en in de Engelse taal. Hij werd erg gewaardeerd voor zijn inzet voor een opleidingsinstituut waar zowel aan kinderen als aan volwassenen onderwijs werd gegeven. Tegelijkertijd had hij een bijzondere interesse voor geneeskunst. Hij ontwikkelde autodidactisch een manier om minder ernstige aandoeningen te genezen. We leefden in een klein dorp en mijn vader zorgde er met behulp van natuurgeneeswijzen voor de zieken. Het waren eenvoudige maar effectieve methodes. Ik koester nog steeds grote bewondering voor hem. Hij was ook een Indiase patriot in hart en nieren. Alhoewel hij buitengewoon intelligent was, werd hem door zijn openlijke afkeer van het Engelse kolonialisme een universitaire carrière onmogelijk gemaakt. Om zijn gezin niet te laten verhongeren, moest hij een eenvoudige aanstelling als dorpsonderwijzer aannemen, wat hij niet als een onrecht maar als een door God geschonken uitdaging wenste te ervaren. Kennis kon de onderdrukten bevrijden en gedreven ging hij met succes het alom heersende analfabetisme te lijf. Daar werd hij in de hele omgeving erg voor gerespecteerd. Naast zijn educatieve werk hield hij zich ook bezig met de gezondheid van de dorpelingen. Die traditie heeft hij mij nagelaten.
In acht jaar tijd bracht hij mij mijn lagere en middelbare schoolkennis bij. Daarna stuurde hij me naar een medische opleiding in Madras. Na een studie van zes jaar zette ik in die stad mijn eerste praktijk op. Madras was in de dertiger jaren de hoofdstad van geheel Zuid-India en een levendige metropool.






In de geest van Bapu

‘In 1940 bezocht Gandhi onze stad. In naam kende ik hem al goed omdat mijn vader hem bewonderde. Vrijwel elke dag werden de leringen van Bapu bij ons thuis besproken. (“Bapu” betekent “vadertje’” het koosnaampje voor Gandhi. Voor Gandhi’s naam wordt ook vaak de titel “Mahatma” geplaatst, wat “Grote geest” betekent.) In zijn onderwijs besteedde mijn vader veel aandacht aan Bapu's idealen voor een vrij, vredig en welvarend India. Vader was onder leiding van Gandhi één van de organisatoren van de National Indian Congres Meeting in Kakinada. Toen ik, voorbereid door mijn vader, Bapu in de veertiger jaren persoonlijk in Madras hoorde spreken, raakte ook ik door hem geïnspireerd en sloot ik mij aan bij zijn Satyagraha-beweging. (“Satyagraha” betekent: “Rechtvaardige verontwaardiging, die zich geweldloos maar standvastig tegen het kwaad keert’”) Ik voelde mij, zoals iedere patriottische Indiër in die dagen, met hart en ziel verbonden met Gandhi, ons nationale symbool voor vrijheid en eigenwaarde. Wij hielden allemaal van Bapu, maar de ons overheersende Engelsen waren niet op hem gesteld. Bijeenkomsten van de Satyagraha-beweging werden vaak zeer gewelddadig uiteengeslagen. Bij één van die gelegenheden werd ook ik, zoals vele anderen, bruut in elkaar geslagen. Het werd een test om Ghandi's leringen in praktijk te brengen: “Vergeven en je nimmer laten verleiden tot haat”.’





Mahatma Gandhi
Mijn waardige gevangenistijd

‘Toen Gandhi door een fanatieke hindoe werd vermoord, verbood de regering alle hindoe-organisaties. Zo ook een vereniging waar ik lid van was en die niets met de moordenaar te maken had. Na het proces waarin de moordenaar ter dood werd veroordeeld, handhaafde de regering het verbod. Het bleef zelfs lang na de terechtstelling van Gandhi's moordenaar om politieke redenen van kracht. Wij ervaarden dit als een groot onrecht. Gandhi leefde en stierf voor de waarheid. Uit respect voor Gandhi organiseerden waarheidlievende Indiërs een satyagraha tegen de regering en adviseerden haar het verbod op tal van organisaties op te heffen. Ik nam er ook aan deel en werd samen met andere sympathisanten opgepakt en gevangen gezet. We ervaarden dit grote onrecht en de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis als louterende beproevingen die ons uiteindelijk sterkten in de leringen die Gandhi ons had geschonken: “Heb iedereen lief en haat niemand”. Ik heb in die vreselijke gevangenis mijn best gedaan om mij niet aan zelfbeklag over te geven, maar om mijn medegevangenen, en daarmee ook mijzelf, moreel bij te staan en te sterken. Na vele maanden werd het onrechtvaardige verbod op de hindoe-organisaties opgeheven. Trots en zelfbewust verlieten wij de gevangenis.’






Mijn taak als dorpsdokter

‘Gandhi riep artsen op om zich in de dorpen te vestigen omdat daar toen alle medische hulp ontbrak. In de kleinere steden bevonden zich wel doktoren, maar de agrarische gebieden werden verwaarloosd. Ik was zeer onder de indruk van Gandhi's liefde voor de verwaarloosde dorpsbewoners en gaf mijn werk in Madras op om bij hen te gaan werken. Ik heb heel lang in de dorpen gewerkt. Ik ben een goede verloskundige en ik heb tot mijn groot genoegen vele nieuwkomers op deze wereld mogen verwelkomen. Iedere geboorte van een door God gezonden wezen was voor mij een heilig gebeuren, dat me vervulde met dankbaarheid. Omdat veel boeren en dorpelingen geen geld hadden om medische hulp te betalen en ik die hen uiteraard wel gaf, beleefden mijn gezin en ik financieel soms moeilijke tijden waar we ons toch goed doorheen hebben geslagen. Later kwam er verbetering in die situatie door een constructie waarin de dorpsartsen in overheidsdienst kwamen Zo kreeg ik van de Indiase staat een vast inkomen en later een pensioentje.’

Voor mij geen rustige oude dag

‘Toen ik me in Puttapathi vestigde wilde ik daar van een rustige oude dag genieten. Genoten heb ik zeer zeker. Niet van de rust maar van het vele werk wat op me afkwam. Het is in deze streek altijd een komen en gaan van vele pelgrims en toeristen. Ik had een paar van die mensen ayurvedische adviezen gegeven en al snel werd het bekend dat er een natuurgeneeskundige in de Sitravatristreet woonde. De stroom van patiënten die daarop volgde, was niet meer te stoppen. Meestal ging het om lichte aandoeningen die gemakkelijk te behandelen waren. Ik werd nog actiever dan in de tijd dat ik voor de regering werkte. Daarnaast gaf ik elke avond op mijn dakterras lessen in de Hata Yoga. Ook voor deze activiteit bestond een grote belangstelling. Met veel inzet en genoegen heb ik me via natuurgeneeswijzen en yoga gewijd aan de zorg voor hen die Puttaparthi bezochten. Maar ik vond het ronduit frustrerend dat ik geen patiënten met ernstige aandoeningen kon aannemen, omdat die bij een ayurvedische kuur langdurig een intensieve begeleiding nodig hebben. Ik wilde deze mensen graag helpen maar ik miste daarvoor een kliniek. Naarmate de tijd verstreek, werd mijn verlangen steeds groter om een kliniek op te zetten waar volledige ayurvedische kuren worden gegeven. Ik bleef maar naar mogelijkheden zoeken om deze wens te realiseren. Ik kreeg daarbij de hulp van familie en van goede vrienden die er hun spaargeld in wilden steken. Mijn aandeel zou de opbrengst van de verkoop van mijn huis in de Sitravatristreet worden. Maar al dat geld bij elkaar opgeteld was niet voldoende. Om dat op te vullen konden we geld lenen bij de Commerce Bank of India. Maar omdat banken niet in liefdadigheid investeren moest er naast een basiskapitaaltje ook een degelijk businessplan komen. We besloten om samen met het hospitaal ook appartementen te gaan bouwen en met de verkoop daarvan onze lening af te betalen. De eventuele winst zou het hospitaal ten goede kunnen komen. De bouwplannen werden gemaakt en het is beslist een wonder dat we binnen zes maanden dit grote gebouw konden neerzetten.’






Ik wil dit hospitaal nog verder uitbreiden

‘Wij zijn in juli 1996 gestart. De afgelopen drie jaar hebben we een kleine vijftigduizend gevallen kunnen behandelen. Het is hier altijd een komen en gaan van mensen met lichte aandoeningen. Deze consulten zijn gratis net als de yogalessen. Ik laat mijn yogaleerlingen wel beloven dat ze alles wat ze hier leren, ze elders ook weer gratis zullen doorgeven. En hier komen de mensen waarvoor ik dit hospitaal heb opgezet: patiënten met ernstige aandoeningen waarvoor ze elders geen genezing vonden. Het gaat om nerveuze aandoeningen, allergieën en Parkinson-patiënten. Er komen ook mensen aankloppen die ziek zijn geworden door het werken met giftige stoffen. Die ondergaan hier dan een ontgiftingskuur. Wij verkrijgen goede resultaten. De patiënten krijgen alle bijstand tijdens hun kuur gratis, maar ze betalen wel de kostprijs voor de medicijnen, voedsel en onderdak. Sommigen die elders in India al een kuur ondergingen, verbazen zich over onze lage tarieven. Toch ben ik op dit moment gefrustreerd over het feit dat ik geen kuren kan schenken aan de allerarmsten die zelfs de kostprijs niet kunnen betalen. Daar moet verandering in komen! Ik heb het nog niet helemaal rond, maar ik denk er aan om volgens hetzelfde principe als dit hospitaal er nog een gebouw naast te zetten. Daarin komen naast koopappartementen ook gratis verblijven voor de armen. Verder denk ik aan huurappartementen waarin westerse patienten voor korte of langere tijd tegen een lage huur kunnen verblijven. Uit de huuropbrengsten kunnen we dan medicijnen en voedsel voor de armen bekostigen. Deze plannen zijn nog niet rond, maar al mijn gebeden zijn er op gericht. Ik hoop dat we het volgende jaar kunnen bouwen.’






Het stalletje op de hoek





Het interview heeft zich in minder dan dertig minuten voltrokken en daarin werden al mijn vragen beantwoord zonder dat ik ze stelde. Opmerkelijk hoe Dokter Rao zich bij de essentie van ieder onderwerp kan houden. Ik maak nog een paar foto’s van hem en we nemen hartelijk afscheid. Het is donker geworden. De buitenverlichting van het ziekenhuis schijnt over het weggetje. Als ik weer langs de golfplaten huisjes kom, heerst daar een vrolijke sfeer die me aangenaam verbaast. In alle huisjes branden olielampen en dat geeft het geheel een sprookjesachtige aanblik. Samen met de kakofonie van opgewekte stemmen, gelach en gezang die uit de huisjes opstijgt, is dit beeld volkomen in tegenspraak met de sfeer die ik me bij een golfplatendorp inbeeldde. Voorbij het dorpje wordt het aardedonker en ik verlicht mijn pad met een zaklantaarn. Het limonadekraampje op de hoek is nog open. Ik koop er een mangodrank en zet me daarmee naast het stalletje op een gammel bankje. Als ik het mangosap door een rietje drink, voel ik me nog helemaal in de weldadig vredige sfeer van het gesprek met Dokter Rao.





top



copyright Martin van der Velde 2007