psychic healingreacties van cliëntenover martinjournalistiek werkfotoserieshome









Creatief met wakkere dromen





Interview met sjamane Roelien de Lange.





Roelien de Lange is kunstenares, schrijfster en dromentherapeute ze gebruikte haar rijke droombeleving als een bron van inspiratie voor het schrijven van een roman en het ontwikkelen van een sjamanistisch orakelspel. Ze zijn bedoeld om de creatieve fantasie van de lezer en gebruiker dusdanig te prikkelen dat hij praktisch toepasbare inzichten en inspiraties oproept. In dit interview met Martin H. van der Velde geeft ze daar enkele voorbeelden van.

Het huisje van Roelien de Lange is prachtig gelegen aan de bosrand in de omgeving van Nijmegen. Als je naar binnen gaat, treed je binnen in een andere wereld. Het lijkt wel een aangename droom. De met zorg uitgekozen zachte kleuren vind ik consequent terug in de vloerbedekking, de bekleding van de meubels en de wanden. Naast foto’s van wijze indianen en dartelende dolfijnen hangen er Roeliens textielkunstwerken die allen magische voorstellingen hebben. Het geheel ademt een aangename, vrouwelijke sfeer waarin ik me meteen op m’n gemak voel. Na de thee neemt Roelien me mee naar een uitbouw achter haar huisje dat ze als atelier voor haar textielkunst heeft ingericht. Tussen kunstwerken in wording en omgeven door een ontspannen werksfeer zal ik veel te weten te komen over Roeliens opvattingen over “wakkere dromen”.

Martin: ‘Wat versta je onder een “wakkere droom”?’
Roelien: ‘In het sjamanisme werken we met zogenaamde “journeys” of “trance reizen”. Omdat dat niet iedereen wat zegt, heb ik het liever over “wakkere dromen” waarbij je meteen de associatie krijgt: “Dromen waarbij je kunt opletten en ingrijpen”. Ze kunnen worden opgeroepen door de techniek van de trancereizen, ontwikkeld door Michael Harner een Amerikaanse antropoloog. Hij werkt daar al veertig jaar mee en heeft een instituut over dit soort dingen opgericht. Wakkere dromen heten in het Engels “trance journeys” en worden opgeroepen door het luisteren naar een trommel die de klank van de hartslag nabootst. Of naar een didgeridoo (blaasinstrument) of een ander regelmatig warm geluid dat je terugbrengt bij je oorsprong. Het kan je bijvoorbeeld terugbrengen naar de hartslag van je moeder, die je als foetus negen maanden lang in haar buik hebt gehoord.
Als ik iemand bij zo’n wakkere droom begeleid dan vraag ik eerst om zo ontspannend mogelijk te gaan liggen. Op de trommel boots ik de hartslag na. Als de persoon in redelijk ontspannen staat is gekomen, dan geef ik instructies zoals: “Ga naar een boom die je kent en probeer je die heel sterk voor te stellen”. Daarna instrueer ik de cliënt om in gedachten naar de wortels van de boom te gaan. Via deze wortels reist de persoon door een tunnel naar een andere dimensie, “de benedenwereld” . Daar kan hij of zij een vraag te stellen over een huidig stoffelijk probleem. Ik laat de cliënt dan om kracht en hulp vragen. Waar het eigelijk om gaat is de uiteindelijke oplossing te zoeken. Ook kan de persoon tijdens zo’n journey in gedachten naar de kruin van de boom gaan en zo omhoog reizen naar een andere dimensie. In die de bovenwereld kan hij of zij meer leren over zijn of haar spiritualiteit en de praktische toepassing daarvan. De persoon zelf gaat dan vanuit deze startpositie zelf op reis, terwijl ik hem of haar begeleid met verschillende trommelritmes. Als je moeder in een stoel zat dan hoorde je als foetus een rustige hartslag, maar liep je moeder de trap op of beleefde ze iets spannends, dan ging die hartslag uiteraard heel wat sneller. Dat wisselt de hele dag door. Zo ontdekte ik dat als ik overging op een sneller trommelritme de mensen innerlijk actiever werden en soms zelf spannende avonturen gingen beleven.’





Martin: ‘Hoe werk je therapeutisch met dromen?’
Roelien: ‘Ik werkte aanvankelijk met de droomtherapie van de Senoi, een Maleisies volk dat veel met dromen werkt en daar ook technieken voor heeft ontwikkeld. Dit duurt echter veel langer dan zo’n trommelsessie. Bij zo’n Senoi-sessie ga je achter een persoon zitten. Je legt dan de handen op zijn of haar schouders terwijl de persoon tegen jouw knieën zit. Dan vraag je hem of haar die droom opnieuw te vertellen die zo’n grote indruk maakte. Dat kan een angstdroom zijn. Ik instrueerde mijn cliënten vervolgens om hardop te verzinnen hoe die nare droom veranderd zou kunnen worden. Daarbij moedigde ik hen aan om het gevaar in de ogen te kijken. “Het gevaar” is heel belangrijk bij een angstdroom. Er niet voor weglopen maar het in de ogen kijken. Het duurt soms wel een uur voor de cliënt zo ver is dat hij of zij de confrontatie met “het gevaar” aangaat. Als de persoon die confrontatie erg griezelig vindt, dan kun je hem of haar aanmoedigen er hulp bij te gaan zoeken. Meermalen heb ik meegemaakt dat ze de confrontatie met het gevaar ontlopen door zichzelf in een mooie tuin te fantaseren. Dat is prima, zo doen ze eerst kracht op. Je moet ze dan toch stimuleren om uit die veilige tuin weg te gaan om dat monster in de ogen te kijken. Daar heb je veel geduld voor nodig. Deze tijdrovende Senoi-methode gebruik ik nu uitsluitend nog bij nachtmerries.





Martin: Veel van wat we in dromen en visioenen tegenkomen, heeft een symbolische betekenis. Hoe beleef jij dat?
Roelien: ‘In een interview als dit kan ik daar helaas maar kort iets over kwijt. Ik wil wel een paar voorbeelden geven waarbij ik wil benadrukken dat hetzelfde symbool voor de ene mens een heel andere betekenis kan hebben dan voor een ander.
Het monster staat meestal voor onderdrukte angst, maar ook vaak voor onderdrukte agressie die zich als een zelf gecreëerd monster heeft afgescheiden en die in dromen achter je aan kan zitten. Eigelijk zegt het: “Kijk mij aan, want ik heb aandacht nodig”. Want wordt “de griezel” aangekeken, dan zakt hij meestal als een pudding in elkaar. Hij wordt ontmaskerd als een verscholen stuk van jezelf waarmee je kan samenwerken. Dat laatste wordt dan de volgende therapeutische stap.
De adelaar heeft overzicht. Die kan hoog vliegen en heeft goed zicht op een situatie. Hij kan ook doorstoten naar de waarheid, want hij kan heel doelgericht naar beneden komen en –tock!- op één doel afgaan. Daar kan hij je dan in een wakkere droom bij helpen.

De beer staat voor geaarde kracht. Hij is heel sterk en staat met zijn vier poten stevig op de grond. Ook geeft hij een kracht die naar inkeer gaat, want een beer kruipt elke winter bijna een half jaar in zijn hol en weet dan te overleven terwijl hij eigenlijk in de droomwereld verkeert. Dat is zo mooi bij die beer: het is een krachtig, beschermend dier, maar het brengt je ook in contact met de inkeer en de droombeleving.
De muis kan tussen zijn snorharen en met zijn fijne pootjes met een verfijnd fingerspitzen gefühl zaadkorreltjes uitpellen en heeft dus een neusje voor kleine, fijne dingetjes. Als een hartspecialist tijdens één van mijn trancereizen een muis als krachtdier krijgt, dan is hij goed af want het helpt hem bij dat hele kleine priegelwerk. Maar ook iemand die met de computer fijne dingen moet doen, heeft wat aan een muis. Ha, ha. Ja, die heeft hij ook al letterlijk als hulpje aan een snoertje zitten. Die heeft dus twee muizen.
Het paard kan iemand als kind in een manege geschopt hebben Dan is die persoon wellicht bang geworden voor paarden en betekent een gedroomd paard: “Uitkijken!” Maar voor de meeste mensen betekent de aanwezigheid van een paard in hun droom vrijheid, snelheid, met de manen wapperend over de vlakte rennen, kracht, edelmoedigheid, seksualiteit, alles wat krachtig in beweging gaat. Een goede begeleider vraagt: “Wat voel –JIJ- bij dat paard?”, en gaat niet zelf wat invullen. Alleen op die manier kunnen er oude verdrongen beelden van vroeger naar boven komen. Dan kan bijvoorbeeld blijken dat het paard symbool staat voor iets wat zich in het dagelijks leven manifesteert. Het is dus niet zo handig om vanuit een symbolen verklarend boek te gaan werken omdat je dan soms de plank behoorlijk mis kan slaan. Het gaat niet om algemene maar om persoonlijke betekenissen. Een therapeut die zijn vak verstaat, zal daar altijd met zijn cliënt naar op zoek gaan.
Water en vuur zijn overal hetzelfde. Vuur, daar kan je je op de hele wereld aan branden en met water kun je je op de hele aarde reinigen. Er in verdrinken kan ook overal. De betekenis van water en vuur zijn dus vrijwel overal gelijk. Zo ook de grot en de berg. Dit soort oerbeelden werden door Jung “archetypen” genoemd.
De grot, daar daal je in af en de berg bestijg je. De grot staat algemeen voor het onderbewuste, het verborgene of het staat voor het vrouwelijke baarmoederlijke.
Bergen staan voor het spiritueel op reis zijn, maar ook voor carrière maken. Ook intellectuele ontwikkeling kan door een berg verzinnebeeld worden. Dit waren de universele symbolen en dan heb je ook nog de per land een paar bepaalde symbolen. Dat zijn dan cultuurbepaalde symbolen.
Een dijkdoorbraak is een typisch Nederlands gegeven. Het kan betekenen dat je door je emoties wordt overspoeld. Een Nieuw Zeelander zal zoiets niet snel dromen want daar zijn geen dijken maar wel werkzame vulkanen.
Vulkanen kunnen vurig uitbarsten. Ik heb in Nieuw Zeeland dromencursussen gegeven en werd geconfronteerd met mannen die droomden over vulkanen die op uitbarsten stonden. In het zogenaamde droomtheater liet ik ze dan uitbeelden dat die vulkaan werkelijk ging uitbarsten. Heel wat verdrongen verlangens heb ik er bij hen zo uit zien komen. Na zo’n ontlading komt er ruimte voor inzicht en opluchting.’





Martin: ‘Wat waren je eerste persoonlijke ervaringen met wakkere dromen’?
Roelien: ‘Annette Host, een Deense uit Kopenhagen, bracht die techniek met een cursus naar voren in mijn toenmalige centrum “De Elfenbank”. Aanvankelijk dacht ik: “Trance, dat is typisch iets wat ik niet kan. Dat is voor helderzienden en sjamanen en dat ben ik allemaal niet”. Zo plaatste ik het een heel eind van me vandaan totdat Annette naar ons vormingscentrum kwam. Ze sloeg op de trommel in die bepaalde hartslagritmes en gaf ons de juiste instructies. Ze zei: “Ga naar een boom die je kent en zoek een hol onder die boom of een gat waar je door naar binnen gaat”. Ik zag direct een boom voor me uit het bos daar in de buurt van de Elfenbank. Een Beuk met een prachtig rond gat in de wortels. Daar reisde ik door naar de benedenwereld, die een deel is van de sjamaanse werkelijkheid. Direct bij aanvang van deze journey kregen we van Annete de opdracht een krachtdier te zoeken. Mijn hond kwam mij toen helpen. Dat maak je vaak mee in trancereizen, dat mensen hun huisdier meekrijgen. Wie weet gaat dat huisdier ook wel echt mee, want honden en katten hebben uren tijd om maar te liggen dromen. Die dromen hun halve leven. Daarna kreeg ik tot mijn verbazing een zwarte man als eerste helper in mijn trancereis. Zijn huid was als van leer en glanzend als ebbenhout. Hij droeg een gouden slang om zijn middel. Die slang zou zich later ook als krachtdier ontpoppen. Ik ben als kind altijd bang geweest voor het fenomeen: “de zwarte man”. En later in mijn tienertijd ben ik heel bang geweest voor iemand die met “onduidelijke” intenties vanuit de gang plotseling mijn kamertje binnenkwam en die leek dan een zwarte man omdat in de gang licht brandde en in mijn kamertje was het donker. Daar stond hij dan, als angstaanjagende zwarte figuur tegen het licht. Ik verzamelde al mijn kracht om niet doodsbang te worden en daar ben ik sterk van geworden. Die zwarte man uit de wakkere droom was dus een soort angstdeel uit mijn jeugd. Als je die angsten overwonnen hebt, dan gaan ze je ook vaak helpen en dat heb ik ook ervaren. De zwarte man is een geweldige helper van me geworden. Hij verscheen in mijn eerste trancereis als mijn eerste helper en ik stond met mijn ogen te knipperen. Het is natuurlijk geen werkelijke man maar een symbool van mijn eigen innerlijke kracht.’






Martin: ‘Ik neem aan dat deze ervaringen als inspiratiebron hebben gediend bij het schrijven van je boek en het ontwerpen van het orakelspel?’
Roelien: ‘Uiteraard! Ik heb veel van mijn persoonlijke ervaringen heb ik verwerkt in mijn roman “De Vuurgodin”. Ik heb die bewust geschreven als een leerzame wakkere droom, waarin de lezers samen met mij veel van hun eigen innerlijke beleving kunnen ontdekken en herkennen. Uiteraard zijn mijn wakkere dromen ook sterk van invloed geweest bij het ontwikkelen van het “Sjamaans Spiegel Orakel”, dat nu naast mijn roman in de boekhandel ligt. Het bestaat uit magische afbeeldingen en hun verhalen. Ik heb met praktische en creatieve oefeningen er honderden symbolen in uitgewerkt. De 33 orakelkaarten zijn kleurige reproducties van mijn originele textielkunstwerken. Naast praktische sjamanistische informatie geef ik bruikbare adviezen over moderne onderwerpen zoals familieconstellaties, stress, bewustzijn en emancipatie. Verder geef ik in het werkboek waardevolle informatie over dromen en trancereizen. Als je een kaart trekt, is dit geen toeval, maar het valt je toe! Op die manier kan het sjamaanse spiegel orakel richting geven aan je levensvragen, maar ook plezier, verdieping en wakkere dromen brengen. (Er valt even een stilte die door Roelien wordt doorbroken met een goed voorstel.)
Zeg Martin, ik stel voor dat ik jou als slot van dit interview begeleid in een wakkere droom. Dan kan je zelf ervaren waarover wij gesproken hebben.’



Martin: ‘Tof! Ik ben er heel nieuwsgierig naar geworden en wil zoiets graag eens meemaken.’ (Roelien legt een deken op de grond waarop ik ga liggen.)
Roelien: ‘Ontspan je en laat je meevoeren op de tonen van de hartslagtrommel. Je kunt tijdens deze wakkere droom zowel naar de benedenwereld als naar de bovenwereld gaan. Je gaat met een duidelijke vraag voor jouw leven op reis. Je beginpunt is een boom. Een boom die je kent uit het bos of uit je omgeving. Je gaat naar die boom toe en je raakt met je handen de stam aan. Als je een krachtdier hebt, dan neem je dat nu mee. Wil je naar de bovenwereld? Ga dan eerst omhoog langs de stam totdat je bij de kruin bent. Vandaar uit vertrek je naar de bovenwereld met een vraag in je hoofd die voor jou belangrijk is. Je vraagt een gids of een helper je te begeleiden. Ga nu op reis.’ (Roelien slaat daarop in het ritme van een hartslag op een grote indiaanse trommel)

Martin: ‘Als ik daar lig terwijl ik naar Roeliens hartslag getrommel luister, probeer ik alle storende gedachten die in me opkomen te verbannen. Na verloop van tijd lijken de trommelslagen me te dragen. Ik lijk te zweven en ik wil niet dat sceptische gedachten dit effect verpesten. Daarom concentreer ik me op het trommelgeluid. Op het moment dat Roelien me naar een boom leidt, schiet me meteen een oude boom in Schotland te binnen waarbij ik jaren geleden op een donkere avond eens een mystieke ervaring had. Langs de stam van deze Schotse boom ga ik omhoog naar de kruin, waaruit ik wegzweef over een donker landschap dat ik als vanuit een vliegtuig kan overzien. Beneden mij lijkt een veldslag gaande te zijn. Ik vind die beelden niet fijn, maar doe niets om ze te verdringen. Ik wil eerlijk en zonder zelfcensuur beleven wat zich spontaan aandient, ook als dit minder aangenaam is. Vanuit de hoogte word ik naar beneden in het krijgsgewoel getrokken en wordt één met wat ik ineens herken als de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, zoals die alsmaar woed in en buiten ons allen. Na enige tijd lijk ik door de strijdende partijen heen te vallen en beland plotseling op een soort operatietafel. Helpende handen lijken talloze gemene injectienaalden uit mijn buik te trekken. Daarna houden de beelden op en is er uitsluitend nog het geluid van Roeliens geruststellende getrommel. Na deze wakkere droom besef ik heel goed de betekenis van de ervaring met de operatietafel. Niet zo lang geleden had ik mijn enkel gebroken en een gipsmeester in een Amsterdams ziekenhuis had bij het aanleggen van het gips een ernstige fout gemaakt waardoor zich in het misbehandelde been trombose ontwikkelde. Om buitengewoon ernstige gevolgen te voorkomen, moest ik mijzelf dagelijks in mijn buik inspuiten met fraxiparine-injecties. Omdat ik ook nog bloedverdunners moest slikken, bezorgde iedere injectie me een grote blauwe plek, totdat mijn hele buik bont en blauw was. Een traumatische ervaring waarvan ik tijdens de wakkere droom werd bevrijd.’ Met respect voor haar kunnen en een opgeruimd gevoel neem ik afscheid van Roelien. Ik ga daarna nog wat wandelen in het bos tegenover haar huisje en raak gefascineerd door de talrijke indrukwekkend mooie oude bomen die daar staan.

Roelien de Lange geeft regelmatig lezingen en workshops over alle onderwerpen waarover ze in dit interview sprak.
Je kunt daar informatie over krijgen bij:

School voor sjamanisme,
Prinsengracht 166, 2512 GE Den Haag.
Telefoon: 070-3801633.
Website: www.schoolvoorsjamanisme.nl






top



copyright Martin van der Velde 2007